Over

Introductie
Ongeveer 47.000 krijgsgevangenen en bijna 90.000 Nederlandse en Indonesische burgers werden geïnterneerd in Japanse kampen tot het eind van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Sommigen kwamen niet terug na de oorlog, veel overlevenden spraken niet over hun ervaringen tijdens de oorlog en vertelden hun families weinig. Veel nabestaanden in Nederland zoeken naar informatie over hun vader, hun grootvader of hun familiegeschiedenis.

Over het algemeen gelooft men dat het Japanse Keizerlijke Leger en Marine alle archiefven aan het einde van de oorlog hebben vernietigd. Veel historische documenten zijn echter bewaard gebleven, waardoor het mogelijk is om toch informatie te verkrijgen over verloren familieleden.

Het Japanse militaire bestuur heeft van alle krijgsgevangenen registratiekaarten bijgehouden. Zij volgde het Verdrag van Den Haag (Convention on the Laws and Customs of War on Land, 1899) en richtten in 1941 het Japanse Informatie Bureau voor krijgsgevangenen op, als onderdeel van het Ministerie van het Leger. Het Japanse Informatie Bureau en het Krijgsgevangenen Administratie Bureau waren verantwoordelijk voor alle administratie van en communicatie over de geallieerde krijgsgevangenen tijdens de oorlog. Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 werd het bureau voortgezet als het “1st & 2nd Repatriation Bureau” en uiteindelijk verplaatst naar het Japanse Ministerie van Welzijn. De kaarten, die tot 1955 werden bijgewerkt, werden op 1 maart 1955 officieel overgedragen aan de Nederlandse overheid. In totaal werden 47.818 kaarten overgedragen.

De collectie Japanse krijgsgevangenregistratiekaarten zijn sinds 2001 toegankelijk op het Nationaal Archief. De toegankelijkheid wordt echter sterk beperkt doordat de registratiekaart vooral informatie in het Japans bevat. Het gebruik van specifiek Japanse militaire terminologie maakt dat de kaarten eigenlijk ontoegankelijk zijn voor het Nederlandse publiek.

Wat is een krijgsgevangenregistratiekaart?
De Japanse krijgsgevangenregistratiekaart bevat basisinformatie als naam, geboortedatum, nationaliteit, naam van beide ouders, plaats van herkomst (geboorteplaats), contactadres. De kaart geeft ook details over de krijgsgevangene tijdens de Tweede Wereldoorlog: beroep, rang, eenheid, krijgsmachtdeel, stamboeknummer, plaats en datum van krijgsgevangenschap. Naast deze basis informatie toont de kaart ook allerlei indicaties van kamplocaties, kampnummers en transferdata. Op de achterzijde van de kaart is diverse informatie opgenomen met meer detail-informatie over de geschiedenis van de internering. In geval van overlijden of vermissing is extra informatie opgenomen zoals ziektebeeld, ziektegeschiedenis, overlijdensdatum, plaats van overlijden, wijze van begraven/crematie en de overdracht van de stoffelijke resten aan de Geallieerde autoriteiten. Hoewel de informatie met betrekking tot behandeling, oorzaak van ziekte en overlijden zeer kritisch moet worden bekeken en er nog veel onderzoek moet worden verricht, geeft deze informatie wel inzicht in het leven in krijgsgevangenschap van de krijgsgevangene.

Zie: Gebruik Zie: Kamplijst Zie: Stempellijst

Het Krijgsgevangenenregistratiekaarten-project.
Het Krijgsgevangenen-project startte begin 2009. De eerst fase richtte zich op het digitaliseren van alle beschikbare registratiekaarten in de collectie van het Nationaal Archief van Nederland en het vertalen van 7200 kaarten van tijdens krijgsgevangenschap overleden of vermiste KNIL militairen. Het project werd gefinancierd door “Erfgoed van de Oorlog” van het Ministerie van VWS. De databank werd gepubliceerd door het Nationaal Archief als “Japanse Interneringskaarten KNIL en Marine” in augustus 2011. http://www.gahetna.nl/collectie/index/nt00425

Marine krijgsgevangenenregistratiekaarten project (2e fase)
Op 15 augustus 2015 is het vertaalproject van de Marine krijgsgevangenenregistratiekaarten gelanceerd op de 70e herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië als resultaat van de 2e fase van het Krijgsgevangenenregistratiekaarten-project.

De in totaal 4000 ‘marinekaarten’ zijn in 2011 overgedragen aan het Nationaal Archief en bevatten naast de registratiekaarten van personeel van de Koninklijke Marine ook die van het (gemilitariseerde) personeel van de Koopvaardij, de Gouvernementsmarine, de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (K.P.M.) en diverse andere rederijen.

De marinekaarten werden in de eerste fase niet gedigitaliseerd en een nieuwe databank met vertalingen was nodig om dit deel voor het publiek open te stellen.

De Stichting Oorlogsgetroffenen in de Oost heeft nu 1803 kaarten van het Japans naar het Engels vertaald en stelt de vertalingen via http://pow.s-o-o.nl beschikbaar voor nabestaanden.

Het Marine krijgsgevangenenregistratiekaarten project werd financieel mogelijk gemaakt door een onderzoeksbeurs van de Toyota Foundation gedurende de jaren 2012-2014. De Stichting Oorlogsgetroffenen in de Oost met Japanse archieven en contacten heeft met behulp van deze beurs in 2012 tot 2014 onder leiding van Dr. Kaori Maekawa, voorzitter van S.O.O., de nieuwe databank en website ontwikkeld. Het POW Research Network Japan heeft speciaal bijgedragen aan de realisatie van dit project.

  KNIL (fase 1) Koninklijke Marine (fase 2) Totaal overlevenden/ vermist/overleden
Overlevenden 34800 (82.96%) 1549 (85.91%) ?
Vermist (op zee) 1757 (4.2%) 75 (4%) ?
Overleden 5389 (12.84%) 179 (10.13%) ?
Totaal vertaald 7146 1803 8949
Totaal niet vertaald ±34800 ±2200 37000
Totaal aantal Japanse POW kaarten 41946 4000 46979 (1033 niet gelocaliseerd)


Verzoeken tot vertaling
Verzoeken tot vertaling en analyse van Japanse krijgsgevangenregistratiekaarten kunnen worden aangevraagd bij S.O.O.

Mocht uw familielid niet in de kaarten voorkomen, zie: Contact

Overzicht van overledenen en vermisten.
Het vertaalproject kan op de vraag hoeveel militairen overleden, danwel vermist zijn tijdens de Japanse bezetting (nog) geen antwoord geven. Het nu beschikbare materiaal is nog onvolledig. Ook het Nationaal Comité 4 en 5 mei haalde dit al aan in haar publicatie:
  • “Zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog neemt de vraag om gegevens over slachtofferaantallen toe. Nabestaanden in de eerste plaats, en ook journalisten en andere geïnteresseerden willen weten hoeveel Nederlanders zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog en door oorlogsgeweld sindsdien. Dat neemt het Nationaal Comité 4 en 5 mei elk jaar opnieuw waar, in aanloop naar de meidagen.
  • Helaas moeten we vaststellen dat we bepaalde cijfers en feiten niet meer kunnen achterhalen. Dat is geen onwil of desinteresse voor de slachtoffers, maar vanwege een gebrek aan gegevens.
  • Wat we wel kunnen, is laten zien wat we wel en niet weten en waarom. Daarom laten we in deze publicatie deskundigen aan het woord, in een serie interviews. Zij lichten de feiten en cijfers toe die we beschikbaar hebben en gaan in op de omstandigheden waarin de slachtoffers het leven lieten.” Renske Krimp, De Doden tellen –Slachtofferaantallen van de Tweede Wereldoorlog en sindsdien (Amsterdam: Nationaal Comité 4 en 5 mei).


Fondsenwerving.
SOO zoekt naar fondsen in Nederland om dit project te ondersteunen. Het aantal vertaalde kaarten staat nu op 8.949 op een totaal van 46979. Er lopen op dit moment zo’n 130 individuele vertaalverzoeken. Hoewel het percentage vertaalde kaarten minder dan 20% is, is de impact op de nabestaanden indrukwekkend.

Naast de Japanse interneringskaarten bestaan er vele officiële Japanse documenten, die online in Japan, Nederland en andere landen toegankelijk zijn. Toekomstige projecten zullen gericht zijn op het toegankelijk maken van deze documenten om zo onderzoek mogelijk te maken voor het brede publiek.